De minister van Economische Zaken heeft in februari 2006 een brief met zijn beleidsvoornemens voor de energiemarkt aan de Tweede Kamer gestuurd waarin hij onderstaande voorstellen doet voor een gereguleerde metermarkt:
Iedere kleinverbruiker in Nederland krijgt in principe een ‘slimme meter’.
De netbeheerder is verantwoordelijk voor de uitrol.
De kosten voor de fysieke gasmeter worden gereguleerd.
De leverancier is verantwoordelijk voor het uitlezen en verwerken van meetdata (zgn. leveranciersmodel) en kiest een erkend meetdatabedrijf voor de uitvoering daarvan.
Voordelen van slimme meetsystemen
Met behulp van slimme meetsystemen kunnen een aantal toepassingen worden gerealiseerd.
Van slimme meetsystemen wordt verwacht dat ze:
een bijdrage leveren aan de verbetering van administratieve processen door periodiek en op verzoek werkelijke op afstand uitleesbare meterstanden te genereren;
het voor de leverancier mogelijk maken om bij zijn klanten de bewustwording van het energieverbruik te bevorderen en het besparen van energie te stimuleren;
aansluitingen voor elektriciteit en gas collectief of individueel op afstand en op veilige wijze kunnen activeren of de-activeren;
de maximale doorlaatwaarde voor elektriciteit collectief (bijvoorbeeld in situaties waarbij sprake is van ‘code rood’) of individueel (wanbetalers) op afstand kunnen aanpassen;
het voor de leverancier van energie en/of water mogelijk maken om te werken met gedifferentieerde tarieven;
het mogelijk maken om energie te leveren nadat er is betaald (prepaid);
kunnen worden gebruikt voor het ‘monitoren’ van het distributienet.
Verder moet er ruimte blijven voor innovatieve ontwikkelingen en moeten voor de communicatie met het
slimme meetsysteem open protocollen worden gebruikt.
Het jaar 2008 is nog een zogenaamd oefeningsjaar waarin de netbeheerders door middel van kleinschalige projecten ervaring opdoen met de uitrol en werking van de slimme meters.
Intergas zal in 2008, in samenwerking met Essent, 750 slimme meters gaan plaatsen.